Zijafstand van de vingerwieders instellen

De instelling van de afstand is afhankelijk van het groeistadium waarin het gewas zich bij het schoffelen bevindt:

  • Bij jonge en kleine gewassen moeten de vingerwieders zodanig worden ingesteld dat elk vingerwiel een afstand van 3 bis 4cm heeft ten opzichte van de plantenrij. Tussen 2 naast elkaar gelegen vingerwieders moet telkens een band A van 6 bis 8cm breedte resulteren.

  • Bij ontwikkelde en grotere gewassen moeten de vingerwieders zodanig worden ingesteld, dat de vingerwieders geen afstand B tot de plantenrijen hebben. Altijd moeten 2 naast elkaar gelegen vingerwieders met de vingers in elkaar grijpen. Daarbij mag de overlapping van de vingers echter niet meer zijn dan 5mm.

VOORWAARDEN

  1. Machine met de driepuntslift op het veld neerlaten.
  1. Bout 2 van de geleidingsbuis 1 losdraaien.
  2. Vingerwieder 4 met de schuifbuis 3 in de geleidingsbuis naar binnen of buiten schuiven, tot het vingerwiel de juiste positie inneemt.
  3. Schroef van de geleidingsbuis vastdraaien.
  4. Op dezelfde wijze de zijwaartse afstand van alle vingerwieders instellen.