Aanaardploeg instellen
De intensiteit van het aanaarden van de aanaardploeg kan via de werkdiepte van de aanaardploeg en via de ingreephoek van de strijkplaten worden ingesteld. Voor de instelling geldt:
Hoe dieper de aanaardploeg verticaal in de akker steekt, hoe meer aarde wordt aan de plantenrijen aangeaard.
Hoe steiler de strijkplaten op de akkerbodem staan, hoe meer aarde tegen de planterijen wordt aangeaard.
Hoe groter de rijsnelheid bij het schoffelen is, hoe meer aarde aardt elke aanaardploeg bij de plantenrijen aan. Als bij een verhoging van de rijsnelheid de hoeveelheid aangeaarde aarde gelijk moet blijven, moet de werkdiepte van de aanaardploeg en de ingreephoek van de strijkplaten worden verkleind.
Als de schoffeldiepte wordt veranderd, zie hoofdstuk Schoffeldiepte instellen en de hoeveelheid aangeaarde aarde moet gelijk blijven, dan moet ook de afstand van de aanaardploeg tot de akkerbodem worden gewijzigd.
- Machine met de driepuntslift op het veld neerlaten.
- Bout 1 losmaken.
- Machine met de driepuntslift zover optillen dat de steel van de aanaardploeg in de opname van de werktuighouder kan worden verschoven.
- Aanaardploeg naar boven of onderen verschuiven tot de aanaardploeg de gewenste werkdiepte inneemt.
- Bout vastdraaien.
- Moeren 2 losmaken.
- Machine met de driepuntslift zover optillen dat de beide strijkplaten 3 naar boven of onderen kunnen worden gezwenkt.
- Strijkplaten naar boven of onderen zwenken tot de gewenste ingreephoek is bereikt.
- Moeren vastdraaien.
- Op dezelfde manier de werkdiepte en de ingreephoek van alle aanaardploegen instellen.
