Spuitdoppen aanbrengen of vervangen

Elk spuitdoplichaam kan één of meerdere spuitdoppen dragen. Als het spuitdoplichaam nog geen spuitdop draagt, moet minimaal één spuitdop worden aangebracht. Wanneer de bestaande uitrusting met de spuitdoppen niet zoals gewenst is, kunnen de aangebrachte spuitdop(pen) door één of meerdere andere spuitdoppen worden vervangen.

  1. Machine met de driepuntslift op het veld neerlaten.
  2. Zorg ervoor dat in nieuw te monteren spuitdoppen de bijbehorende dichting is geplaatst.
  1. Om een spuitdop op het spuitdoplichaam aan te brengen:

    spuitdop 1 met de bajonetsluiting 2 op de aansluitleiding 3 van een vrije spuitdoppositie steken en met een slag naar rechts vergrendelen.
OPMERKING

Wij adviseren spuitdopposities die niet van een spuitdop worden voorzien met een dop af te sluiten tegen verontreiniging.

  1. Om een spuitdop te vervangen:

    stappen 5 tot 7 uitvoeren.
  1. Te vervangen spuitdop 1 onder uitoefening van druk tegen de aansluitleiding 2 en een slag naar links ontgrendelen.
  2. De vervangen spuitdoppen verwijderen.
  3. Nieuwe spuitdop volgens stap 3 aanbrengen.
  4. Op dezelfde manier alle spuitdoplichamen met spuitdoppen uitrusten of de bestaande uitrusting veranderen.