Aanspreekgedrag van de rijentaster instellen
Als het verschuifframe door de rijentaster wordt gestuurd, dan worden de verschuifbewegingen niet door het camerasysteem geleid, maar door impulsen geactiveerd, die van de inductieve sensoren 3 in de beide tastereenheden worden afgegeven. Deze impulsen worden gegenereerd als de tastarmen 1 door contact met de planten naar de parallellogrammen en uit de plantenrij worden gedrukt.
Door de daaruit resulterende draaibeweging wordt in elke tastereenheid de contactkam 2 naar de sensor bewogen. Zodra de contactkam en de sensor elkaar volledig dekken, zendt de sensor schakelsignalen.
Het aanspreekgedrag van de tastereenheden kan via de positie van de contactkam en de spanning van de trekveer 5 worden ingesteld. Hoe verder de contactkam van de sensor is verwijderd, des te groter moet de uitwijking van de tastarm zijn, voordat de sensor een impuls uitstuurt. Hoe krachtiger de trekveer op de tastarm inwerkt, des te groter moet de kracht zijn die de tastarm doet uitzwaaien. Hoe kleiner de afstand van de contactkam tot de sensor en de kracht van de veer is, des te eerder en sneller zendt de sensor bij contact maken van de tastarm met de planten stuurimpulsen aan het verschuifframe.
De lengte van het activeringstraject kan met een LED 4 in de sensor worden gecontroleerd. Zodra de contactkam een impuls activeert, brandt de LED. Voorwaarde daarvoor is dat een camerasysteem is gemonteerd en ingeschakeld.
Wij adviseren de afstelling te beginnen met de grootste activeringsafstand en de hoogste veerspanning geleidelijk de gewenste respons te benaderen door de stappen 4 tot en met 8 te herhalen en daarbij de afstand en de spanning telkens te verminderen.
- Machine met de driepuntslift op het veld neerlaten.
- Op de beide tastereenheden schroeven 3 van de afdekking 1 losschroeven en alle borgringen 2 afnemen.
- Afdekking wegnemen.
- Op de eerste tastereenheid moer 4 van de contactkam 3 losdraaien.
Om een snellere activering in te stellen:
Contactkam in sleufgat 1 in de richting van de sensor 2 verschuiven.- Moer van de contactkam vastdraaien.
Om een gemakkelijkere activering in te stellen:
Aan de eerste tastereenheid de trekveer 1 aan het voorste oog 2 uit de veerhouder 3 losmaken en verder naar binnen weer inhangen.- Op dezelfde wijze het aanspreekgedrag de tweede tastereenheid op dezelfde waarde instellen.
- Op de beide tastereenheden afdekkingen plaatsen.
- Schroeven van de afdekkingen samen met borgringen plaatsen en vastschroeven.
