Hoogte van de vingerwieders instellen

De hoogte van de vingerwieders moet aan het sterparallellogram zo worden ingesteld:

  • De verst naar onderen wijzende vingers moeten in geactiveerde stand van de vingerwieders contact met de akkerbodem hebben.

  • Het sterparallellogram moet in de geactiveerde stand van de vingerwieders bijna horizontaal zijn uitgelijnd, zodat de vingerwieders de bodemcontour naar boven en onderen kunnen volgen.

VOORWAARDEN

  1. Machine met de driepuntslift op het veld neerlaten.
  1. Bout 2 van de geleidingsbuis 3 in het sterparallellogram losdraaien.
  2. Vingerwieders 4 met de armbuis 1 in de geleidingsbuis naar boven of beneden schuiven, tot de vingerwieders de juiste positie hebben.
  3. Schroef van de geleidingsbuis vastdraaien.
  4. Op dezelfde manier de hoogte van alle vingerwieders instellen.