Parallellogrammen voor het parkeren in de werkstand zetten
Om de standvastigheid van een geparkeerde machine te waarborgen, moeten
voor ingeklapt parkeren van een machine van de producttypen KPP-M en EKP-M en
voor uitgeklapt parkeren van een machine van elk producttype
de parallellogrammen in de werkstand worden neergelaten.
Bij machines van het producttype KPP-LSC en KPP-MSC kunnen voor ingeklapt parkeren de parallellogrammen niet in de werkstand worden neergelaten: bij het inklappen van deze machine worden automatische alle parallellogrammen opgetild of automatisch de parallellogrammen op de armen opgetild en alleen de parallellogrammen aan het middensegment van het machineframe worden geheel, of bij gemonteerde blokkering tot het midden, neergelaten.
Om voor uitgeklapt parkeren de parallellogrammen van een machine met hydraulische hefbare parallellogrammen in de werkstand te zetten:
Zie de bedieningshandleiding van de ISOBUS-software schoffelmachine, hoofdstuk Werkmenu > Weergave voor de status en de stand van de parallellogrammen en hoofdstuk Werken > Parallellogrammen handmatig schakelen
of
om voor ingeklapt of uitgeklapt parkeren de parallellogrammen van een machine met mechanisch hefbare parallellogrammen in de werkstand te zetten:
Conform het hoofdstuk KPP-M in de werkstand zetten of hoofdstuk EKP-M in werkstand zetten te werk gaan, KPP-M in werkstand zetten of EKP-M in werkstand zetten.