Veldspuit op het veld reinigen
De reiniging van het spuitvloeistofcircuit, de spuitleidingen en de spuitdoppen tijdens het rijden op het veld uitvoeren, omdat tussendoor reinigingswater wordt versproeid. Als op het erf een opvangmogelijkheid aanwezig is, zoals bijvoorbeeld een biobed, kan de machine op het erf worden gereinigd.
Onderscheid wordt gemaakt tussen snelle reiniging en intensieve reiniging:
De snelle reiniging dagelijks uitvoeren.
De intensieve reiniging voor een kritieke preparaatwissel of voor een langere buitenbedrijfstelling uitvoeren.
VOORWAARDEN
De spoelwatertank moet gevuld zijn.
De spuitvloeistoftank moet leeg zijn.
- Spuitvloeistofpomp starten.
- Op de bedieningsterminal het menu Reinigen kiezen.
- In het menu Reinigen Intensieve reiniging of Snelle reiniging kiezen.
Om de voorwaarden voor de reiniging te controleren:
Vergelijk de gewenste waarden met de actuele waarden.
- Reiniging starten.
- Gewenste hoeveelheid spoelwater voor reiniging invoeren.
Roerwerk wordt gespoeld en inwendige tankreiniging is ingeschakeld.
- Bevestigen en gelijktijdig wegrijden.
Reinigingswater wordt uitgespoten. Spuiten worden meerdere keren in- en uitgeschakeld.
- Opvangbak onder het aftapventiel plaatsen.
- Afsluitkraan DF openen.
- Afsluitkraan RM openen.
Laatste resthoeveelheid wordt afgetapt.
- De afsluitkranen weer sluiten.
- Zuigfilter uitnemen.
- Zuigfilter met water reinigen.
- O-ringen invetten.
- Zuigfilter weer plaatsen.
- Drukfilter eraf schroeven.
- Drukfilter reinigen met water.
- O-ringen invetten.
Om te zorgen dat de opening van de filterhouder in lijn ligt met de aansluiting:
Drukfilter passend plaatsen.- Drukfilter weer inschroeven.
- Bij intensieve reiniging de spuitdopfilters en de leidingfilters reinigen.
