Hoogte onderstel instellen

WAARSCHUWING
Kantelgevaar bij het rijden op hellingen met een opgeheven onderstel
Door het onderstel op te tillen, verschuift het zwaartepunt van de machine naar boven. Op hellingen bestaat een verhoogd risico op ongevallen.

Wanneer het onderstel is opgeheven:

Wees bijzonder voorzichtig bij het rijden op hellingen.
OPMERKING
De minimale spoorbreedte bij opgetild onderstel bedraagt 2,1.

VOORWAARDEN

  • Modus Veld is geactiveerd.

De onderstelhoogte kan zonder tussenstappen op de neergelaten of opgetilde toestand worden ingesteld.

  1. Op een vlak oppervlak rijden.
  2. Menu Onderstelinstellingen op de voertuigterminal AmaDrive openen.
  1. Knop 1 kiezen.

De onderstelinstellingen zijn ontgrendeld.

  1. Met de knoppen 2 en 3 de gewenste onderstelhoogte instellen.

De machine rijdt met een snelheid van ca. 2km/h voor een afstelrit.

Zodra de gewenste onderstelhoogte bereikt is, blijft de machine automatisch staan.

Tijdens de afstelrit beweegt de rijhendel automatisch naar voren. Als de stuurhendel voortijdig in de neutraalstand wordt gezet, wordt de afstelprocedure onderbroken.

  1. Als de machine na de afstelrit stilstaat:

    De stuurhendel in neutrale stand zetten.

De onderstelinstellingen worden automatisch geblokkeerd.