Tractieversterking instellen
Hoe hoger de druk bij geactiveerde tractieversterking ingesteld is, des te meer machinegewicht naar de achteras van de tractor wordt verplaatst.
De tractieversterking is verbonden met de hydraulica van het onderstel. Bij het neerlaten van de machine wordt de tractieversterking automatisch ingeschakeld. Bij het optillen van de machine wordt de tractieversterking weer uitgeschakeld.
De tractieversterking is ingeschakeld als de omschakelkraan op positie 1 staat.
- Omschakelkraan van de tractieversterking op positie 1 zetten.
- Contramoer 1 op de overdrukklep losmaken.
Om de tractieversterking te verhogen:
Instelschroef 2 op de overdrukklep verder indraaien
of
om de tractieversterking te verlagen:
Instelschroef 2 op de overdrukklep verder uitdraaien.Om de instelling te bewaren:
Borgmoer aandraaien.
Druk van de tractieversterking controleren:
- Omschakelkraan van het onderstel op positie 1 zetten.
Om de machine via het onderstel op te tillen:
Tractorregeleenheid blauw bedienen
of
om de machine via het onderstel neer te laten:
Tractorregeleenheid blauw bedienen.- Vervolgens de ingestelde druk van de tractieversterking aflezen op de manometer.
Om de druk indien nodig te corrigeren:
instellingen herhalen.
