Trekpunt instellen
Het trekpunt wordt via de schroefdraadspindel 1 zodanig ingesteld dat geen zijdelingse verplaatsing van de tractor optreedt. Om zijdelingse verplaatsing te voorkomen, moet de installatie 2 van de ploegeenheid in één lijn met de rijrichting liggen.
Het trekpunt wordt na de handmatige instelling van de werkbreedte aangepast.
Indien de tractor naar de geploegde veldzijde trekt, de lengte van de schroefdraadspindel verminderen.
Wanneer de tractor naar de niet geploegde veldzijde trekt, de lengte van de schroefdraadspindel vergroten.
De standaardafmetingen voor L zijn theoretische waarden en kunnen van de werkelijke afmetingen afwijken.
Teres 200 | Teres 200 | Teres 300 | |
|---|---|---|---|
Afstand | 90cm | 100cm | 100cm |
Werkbreedte | Standaardmaat L | ||
35cm | 27,7cm | 27,1cm | 31,5cm |
40cm | 25,5cm | 25,1cm | 29,4cm |
45cm | 23cm | 23cm | 27,2cm |
50cm | 20,4cm | 20,7cm | 24,9cm |
VOORWAARDEN
Machine is in werkstand
- Schroeven van de afdekking losmaken.
- Afdekking wegnemen.
- Machine uit de werkstand iets optillen.
Om de schroefdraadspindel te ontlasten:
Kortstondig tractorregeleenheid groen bedienen.- Bout 1 losmaken.
Om de schroefdraadspindellengte in te stellen:
Instelmoer 2 draaien.
Meegeleverde steeksleutel gebruiken.
- Bout vastdraaien.
- Afdekking plaatsen.
- Afdekking met schroeven bevestigen.
