Werkdiepte tanden handmatig instellen
De grondbewerkingsmachine steunt op de draagarmen 2 van de nalopende wals 1. Om de werkdiepte in te stellen, wordt de diepte-instelpen 3 in de gewenste boring geplaatst.
- Machine opheffen.
De borgpennen 2 liggen niet meer tegen de draagarmen 1.
- Tractor en machine beveiligen.
- Veerclip 3 verwijderen.
Borgpositie | Werkdiepte |
|---|---|
Hoge + | Lage bewerking |
Lage - | Vlakke bewerking |
- Borgpen op de gewenste positie plaatsen.
- Borgpen met de veerclip borgen.
- Dezelfde instelling overnemen voor de tegenoverliggende machinezijde.
Om de instelling te controleren,
30m op werksnelheid rijden en het werkbeeld controleren.
