Werking van de machine

De machine wordt vanuit de tractor met de bedieningscomputer EasySet 2 bediend. De afgifte en de werkbreedte worden elektronisch ingesteld.

Langs de trechterwand glijdt het strooigoed naar de uitlaatopening 1 in de bodemgroep 3. Het roerwerk 2 zorgt voor een gelijkmatige strooigoedstroom op de strooischijf 4 met de strooischoepen 5.

De draaiende strooischijf verdeelt het strooigoed gelijkmatig over de ingestelde werkbreedte.