Strooihoeveelheidcontrole uitvoeren

Voer bij elke verandering van strooigoed een strooihoeveelheidscontrole uit. Bij de strooihoeveelheidscontrole wordt de hoeveelheid, die binnen een minuut uit de machine stroomt met de theoretische hoeveelheid vergeleken.

  1. Folie onder de machine uitspreiden.
  2. Machine tot in de laagste stand neerlaten.
  3. Strooibreedtebegrenzing in de onderste positie brengen

of

Uitwerpafstand op een andere manier begrenzen, bijvoorbeeld achteruit in een garage rijden.

  1. EasySet 2 inschakelen.
  1. , tegelijkertijd bedienen.

Kalibratiefactor voor de strooihoeveelheid wordt weergegeven.

  1. Kalibratiefactor 1,00 invoeren.
  2. Invoer bevestigen.
  3. Gewenste doelhoeveelheid in g/m² invoeren.
  4. Voer de werkbreedte 5m in.
  1. Theoretische strooihoeveelheid met de genoemde voorwaarden bepalen.
 
Voorwaarden voor het bepalen van de theoretische strooihoeveelheid:

Doelhoeveelheid xx g/m²

Rijsnelheid 12km/h

Werkbreedte 5m

Tijd 60 seconden

  1. Strooischijfaandrijving inschakelen.

of

Strooischijf via de cardansasaandrijving inschakelen.

  1. Om de dosering strooihoeveelheid in te schakelen:

    gedurende 3 seconden ingedrukt houden.

De afgifte start met een gesimuleerde snelheid van 12km/h.

  1. Tijd tijdens de afgifte stoppen.
  2. Dosering strooihoeveelheid na 60 seconden uitschakelen.
  1. Gestrooide strooihoeveelheid verzamelen en wegen.
  1. Theoretische strooihoeveelheid door de gewogen strooihoeveelheid delen en zo de nieuwe kalibratiefactor bepalen.
  1. , tegelijkertijd bedienen.

Kalibratiefactor voor de strooihoeveelheid wordt weergegeven.

  1. Kalibratiefactor Knew invoeren.
  2. Invoer bevestigen.